Grote afvoer van water in de Rijn en IJssel, met hoge waterstanden
als gevolg, wordt met name bepaald door neerslag en smeltende
sneeuw in de winterperiode, zoals recentelijk in de vroege winter
van 2011 te zien was. Het stroomgebied van de grote rivieren is de
afgelopen eeuwen steeds kleiner geworden door de aanleg van steeds
hogere dijken, ingegeven door de behoefte aan grotere veiligheid
voor de groeiende hoeveelheid mensen die achter de dijken kwamen
wonen. Ook daalt het land achter de dijken langzaam maar zeker door
zettingen. Door veranderingen in het klimaat zullen de extremen in
neerslag toenemen. Periodes met meer neerslag zullen leiden tot
grotere afvoer van de rivieren. Omdat het niet wenselijk is om de
rivierdijken altijd maar te blijven verhogen als reactie op
toenemende afvoer en waterstanden, heeft de Nederlandse overheid
gekozen voor een nieuwe aanpak voor het beheer van de grote
rivieren. Zo werd het programma Ruimte voor de Rivier
ontwikkeld.
Meer weten? Download
projectreferentie.